Artikel Kees Vaags
| Daar zat ik dan |
Daar zat ik dan, voor nog maar weer eens een sessie. Een sessie op dat water, klein en knus, dat me sinds een sessie met agent avezaat niet meer los laat. Het was bepaald geen liefde op het eerste gezicht, kende het water al langer maar wou er door de drukke bevissing niet aan de gang, geef mij maar de rust was de gedachte. Maar sinds die nacht met Frank, had het water me in zijn greep, het boeide me en doordat ik in staat was om door de weeks nachtelijke avonturen te beleven mijd ik de drukte wat. Het vissen aldaar geeft me een zeer onaangename spanning, maar toch ook wel weer een adrenaline stoot. Het is obstakelvissen pur sang, alert zijn en snel reageren op een run is hier gewoon een must, zowel overdag als 's nachts. Het verschil tussen vangen en verspelen is niet meer dan een seconde, als je geluk hebt 2, en ontspannen vissen is het dus eigenlijk niet. |
![]() “Rijen |
| Dan toch weer die weemoed, naar vorig jaar, toen er gestart werd in juni. Samen met Frank, zomaar een nacht onverwacht. De wrat werd zijn deel, niks voor mij. Maar ik was verliefd, ik was verkocht, reddeloos verloren in dit water. Een paar dagen later, hernieuwde kans, nu alleen. 2 keer te laat, 2 keer wapperend nylon, in de zachte bries die er stond. De les geleerd, verkeerde hoek ten opzichte van een in het water hangende tak. 2 weken later, de repetitie. Waar de generale me een lesje leerde, leer ik de vis nu een lesje. Vol blokken, krakende hengel, zingende lijn. Voor de takken gehouden, dan de lelies, paar meter pompen, ook hier de victorie, waarna de dril in het open water soepel verloopt. Spot voor mij, een mooie schub met een plekje op 1 van zijn kieuwbogen. Ook de wrat en de rijen vallen me later in 2004 ten deel, en spot komt ook de mazen nogmaals opzoeken. Na die belangrijke les verspeel ik ook nog een vis, stond al in te pakken en was simpel te laat. Was het nog maar 2004, een jaar waarin het me mee zat. 2005 heeft wel een lichtpunt, begin mei. De dodenherdenking aan de waterkant blijft stil, zoals het hoort, ook de karpers begrijpen dit. Enkele uren later komt er een einde aan die stilte, en na een spannend gevecht leg ik geheel onverwacht de kroonprins op de mat, de vis die ik 2 weken daarvoor voor het eerst zag, bij een kennis op een fotootje. Zo op de mat is ze nog mooier, 27 pond spiegel en zeer moeilijk vangbaar. Ze verkeerd in een topconditie en is waarschijnlijk 9 jaar daarvoor als klein karpertje. De tactiek de deze vis in de luren legt wordt daarna nog enkele sessie gebruikt, maar mijn ei van columbus, een zeer compacte voerplek vlak onder de kant, laat het nu afweten. Door teveel te moeten beknibbelen op voer, ik had van alles, maar van alles maar een klein beetje, was er geen sprake van een doordachte lange termijn aanpak, iets wat naar mijn gevoel de vangsten niet echt opstuwde. Het vertrouwen weg, het vangen weg. |
![]() “Kroonprins“ |
| Toen ik eindelijk weer mijn ding kon doen, met een nieuwe boilie, had ik eindelijk weer eens geluk. Daar was dan toch een losse periode voor mij, de vissen zaten op het voer en ik kreeg eindelijk weer eens beet. In 2 nachten krijg ik 2 runs, de eerste op een single hook, net buiten de voerplek, de 2e bovenop de voerplek, strak onder de overhangende takken. In het eerste geval kan de haak het blokken niet houden, een minispeer blijft over, de 2e keer sta ik net even het sanitaire deel van een sessie te volbrengen. Ik ben dan ook kansloos als ik eindelijk de hengel vast heb en dat resulteert al snel in een losser, waarna ik de lijn door moet trekken. Balend plof ik op de stretcher en leer mijn les. De baitrunnerknop raak ik maar niet meer aan, op sokken naar buiten stuiven en gezeik niet te ver van de hengels. De daaropvolgende nacht lijkt het goed te zitten, veel actieve vissen tussen de takken. Als ik vannacht geen beet krijg, dan krijg ik nooit geen beet meer denk ik bij mezelf. Rond 1 uur de bevestiging, 1 van de weinige dwergen van de plas, een pond of 16 zwaar. Een aantal van deze vissen bevolkt de plas en ze worden slechts zeer zelden gevangen en eten vrijwel nooit boilies. Het aas blijkt dus ook deze vissen aan te trekken, wat de vangkracht alleen maar bevestigt denk ik. Helaas wordt voor mij de nacht minder prettig afgesloten, de volschub is gevangen door een andere visser die ook aanwezig is. En dat nog wel op een nieuw topgewicht. Balend als een stekker ga ik naar het werk, en chagrijnig kom ik binnen. De twijfel slaat nu toe, er zwemmen nog een 4tal vissen die ik nog moet, waarvan de volschub het eigenlijke doel is, die vis moet ik hebben. Pauzeren of doorgaan is de vraag die me bezig houdt. De volschub was het hele jaar nog niet gevangen, bijna 10 maanden zelfs. De volgende vangst kan morgen zijn, maar ook volgend voorjaar. Tis een grillige dame, die volschub. De knoop wordt snel doorgehakt, mede ingegeven door geen boeiend alternatief. Doorgaan, zeker nu anderen wel een break nemen in de jacht naar de volschub. Dat is alleen maar in mijn voordeel.Dat weekend vind ik weer wat tijd, en op de vrijdagmiddag haast ik me naar huis. Wederom concurrentie, een visser die komt voor de kroonprins. Na wat gezellige praatjes volgt een lange nacht met veel brulkikkers en paaiende zeelten. Weinig slaap dus, maar ook weinig leven in de vorm van karper. De andere visser vertrekt vroeg voor wat klussen en rond de klok van 7 die ochtend ben ik alleen. In verband met een jeugddag van de plaatselijke HSV kan ik ook niet lang meer blijven, en neem me voor om rond half 9 op te ruimen. Zittend op de rand van de stretcher geniet ik even van de rust, al heb ik eigenlijk van die rust ook een beetje de balen, geen piep gehad, de hele nacht niet. Ach, ik heb er ook vrede mee, makkelijk gaat het hier nooit. Geheel onverwacht, dan toch, een tik, een piep. Dan vliegt de rechterstok rond, snel gris ik haar uit de steunen. Takken, schuren, een salto mortale van een schim in het water, toch in de takken, adrenaline, gelukkig, alleen dunne takjes, vis vrij, naar rechts gaat het nu, de lelies, opnieuw fullpower, weer winnen, omtrekken naar links, mooizo, vrij water, zeker geen kleintje. Automatismen nemen het over, de slip kan eindelijk los en ik hoop dat het woeste drillen de haak intact heeft gelaten en dat ze netjes zit waar ze zat bij de eerste piep. Bang om te verspelen dril ik de vis voorzichtig af, niet forceren nu, is totaal niet nodig in het open water. Een aantal runs en uitlooppogingen onderneemt ze nog, maar alles wordt soepel door mijn gereedschap opgevangen. Bij de derde poging om de vis te landen is haar pijp leeg, en vindt de schub geen energie meer om het net te ontlopen. Een vreugdekreet schalt over het stille watertje, ben nog alleen, niemand die het hoort. Snel meet en weeg ik de lange vis. 92 cm geeft het lint aan, de weger zwenkt gelijk door de 15, om net voorbij de 16.5 op te houden. De nummer 2 van mijn loopbaan ligt aan mijn voeten, niet de vis waar het om te doen is, maar toch ben ik zeer tevreden. Met het laatste beetje spanning van de mobiel bel ik een maatje voor de foto's, een half uur later ga ik glimlachend naar huis, wetend dat de ban gebroken is, dat de goede weg weer gevonden is. |
![]() “Vlekschub“ |
Kees Vaags |
Nieuws:
Artikelen:
Teamleden:
Links:



