Artikel Chris Noorlander

Omzwervingen aan een franse rivier

Wanneer je onderweg bent naar Frankrijk, dan zit een bepaalde manier van aanpakken meestal in grote lijnen in je hoofd. Dat moet ook wel een beetje, want je mee te nemen spullen en je aas worden er grofweg op aangepast. Alles wat buiten deze aanpak valt, is een vorm van improviseren. In mijn geval is het meestal zo dat achteraf gezien, de gebruikte strategie behoorlijk afwijkt van het oorspronkelijke model. In feite is hier helemaal niets mis mee; Je hebt je aanpak aangepast aan de op dat moment heersende omstandigheden, en vangsten van jezelf, en soms van anderen.

De laatste jaren ben ik een riviervisser geworden. In Frankrijk welteverstaan. Franse rivieren hebben gewoon iets. Tijdens mijn omzwervingen, vissend in een rivieren-rijk gebied ben ik eens samen met Limburger en goede vriend Roger op een plas gestuit. Deze plas lag quasi onbereikbaar achter een rivier, daar waar men met de auto niet bij kon komen. In de loop der tijd kon ik mijn gedachten er maar niet vanaf houden. Enkele geruchten die door dat gebied rondwaaiden spraken wat mij betreft boekdelen. In 2003 hebben we de overtocht over de rivier, met een afgeladen fish-hunter gewaagd. Tijdens een Hit&Run-sessie hebben we besloten één nacht op de plas te gaan vissen. Het aparte karakter van het water, enkele vangsten die nacht, en de geruchten hebben mij doen besluiten er het jaar erop sowieso eens een vierdaagse te plannen op het water, om eens te kijken hoe de sessie loopt, en of de visserij zich verder kan evolueren op de geheimzinnige plas.

Het is mei 2004. De auto is net zo licht geladen als normaal wanneer ik naar Frankrijk ga, maar dit keer komt er een alles-vullende grote boot bovenop. Arjan vergezeld me. Arjan vist de laatste tijd niet zo heel veel meer, maar voor een avontuurlijke Frankrijk-trip is hij altijd te porren!
Een lange rit brengt ons uiteindelijk aan de rivier, precies op de plek waar we met alle spullen over willen varen, naar het geheimzinnige water.
Het water laat zich het best omschrijven als een grote ronde kale plas van pakweg 50 Hectare. Aan één oever staat een lange rietkraag met daar net voor ongeveer een meter water...ideaal voor deze tijd van het jaar dus, en in het midden ligt een klein eilandje, vanwaar een grote lange harde bank vertrekt, van zo'n 60 meter.
De bedoeling was om de aankomstdag de bank in zijn geheel te bestrooien met een mengsel van hennep, bix-brokken, en 15 mm Oily-Crab diepvriesboilies. Ook de rietkraag zou over een lengte van ongeveer 100 meter voorzien worden van een mengsel van tijgernoten en Cranberry-Shellfish boilies. De eerste nacht en dag erop zou er slechts in de rivier pal achter ons gevist worden, om zodoende de voerstekken op de plas een beetje rust te gunnen, en het werk te laten doen.

De overtocht verloopt vlekkeloos, maar de teleurstelling is groot, wanneer blijkt dat er naast ons nog drie Franse karpervissers de overtocht hebben gewaagd, en bovendien alle belangrijke plekken aan het bevissen zijn. Zowel de lange rietkraag, als de gehele bank zijn bezet, en bovendien bezaaid met markers!


De overtocht verloopt vlekkeloos…

Dat is schrikken. Op een water waar we nog zelden karpervissers hebben gezien. Inmiddels loopt het tegen vier uur in de middag, en natuurlijk moet er een "noodplan" opgesteld worden. Het ontbreken van dit plan heeft alles te maken gehad met de overtuiging dat we de plas voor ons alleen zouden hebben. Aangezien we spullen en aas bij ons hebben die niet bepaald op de rivieren afgestemd zijn (15 mm boilies, pelets, hennep) besluiten we om sowieso twee nachten op een andere -voor mij wat bekendere- plas vlak in de buurt te vissen, en eventueel nog twee nachten op de rivier. Met een mengelmoes van 15 mm oily-crab boilies en nog wat restanten cranberry shellfish-boilies zou dit wel moeten lukken. Bovendien had ik een 2,5 kilo plum & squid boilies meegenomen, eigenlijk bedoelt voor eventuele instant-visserij. Twee stekken op de rivier worden op voorhand al bevoerd -op beiden pakweg twee kilo mengelmoes oily-crab en cranberry-shellfish- alvorens we richting de andere plas rijden.
Wat me niet helemaal lekker zat was de toch wel forse hoeveelheid kleine (15 mm) boilies op de voerstekken op de rivier. Normaal heb ik nooit de behoefte gehad om klein spul mee te nemen zoals particles of mini-boilies, dit met name omdat ik meestal op voergevoerde (soms enkele dagen) stekken vis, en zo een nacht op een ramp zou kunnen uitlopen, omdat je zoveel witvis op de stek hebt gekregen waardoor het karperen gewoonweg slecht gaat. Nooit heb ik ook het vermoeden gehad dat ik mezelf tekort deed, in vergelijk met andere karpervissers die wél met klein aas (meestal in massa-vorm gevoerd). Ik heb dan ook sterk het gevoel dat ik met bijvoorbeeld 22 mm boilies hetzelfde kan bereiken als met hetzelfde gewicht massa-aas zoals mais of mini-boilies. Overtuiging, kan ik beter zeggen. De karpers komen er net zo gretig op, en blijven net zo gretig op de voerplek plakken. In ieder geval moesten we die bewuste sessie het doen met de spullen die we bij ons hadden.

Tegen zeven uur in de avond komen we aan op de andere plas. Een tweede teleurstelling; Ook op dit water zitten er karpervissers, allen zodanig gepositioneerd dat er weinig interessants over is gebleven. Het plan moet opnieuw omgegooid worden! Het begint er op te lijken dat we weer een ouderwetse riviersessie gaan maken, maar dan met iets wat andere spullen, en ander aas. Improviseren dus. Plan B treedt in werking.

De tweede nacht wordt er gevist op voerstek nummer één. Dit omdat ik weet dat deze stek al sneller begint te lopen qua voerstek dan voerstek nummer twee. Voerstek nummer twee is voor de derde nacht, dus na twee voerbeurten. De vierde cq laatste nacht staat nog helemaal open. De loop van de sessie zal er aan de hand van gegevens bepaald worden wat, waar en hoe we het gaan doen. Voor de komende eerste nacht heb ik eigenlijk maar één betrouwbare optie: Een stek op een ander stuwstuk, waarvan ik weet dat je instant bijna altijd een paar karpers kan vangen. Dat wordt uiteraard ook de stek waar we wat gaan eten, want het borrelt inmiddels tot bijna in mijn schedel. We zijn alsnog tevreden met het plan, en rijden met goede moed richting de eerste stek.

In totaal 6 hengels gaan de rivier in, allen voorzien van een plum & squid boilie. Pakweg een kilo boilies worden als een halve circel, van vaargeul tot de kant verspreid. Precies zoals de hengels gepositioneerd zijn. Rond half 9 zitten we waarachtig te vissen! Bovendien met -eindelijk- een bord bami erbij. (Met dank aan Herman en Leo!) Wat later worden strechers in de struiken gezet, een bak koffie gemaakt, en vooral de rivier in de gaten gehouden. Deze stek is voor mij altijd een beetje een maatstaaf voor het verloop van de rest van de sessie. Gemiddeld krijgen we met twee karpervissers -instant- pakweg vier tot zes runs op deze stek. Soms een behoorlijk stuk meer, en af en toe ook niets. Er zijn dan ook twee redenen waarom ik deze stek de eerste nacht neem; Ten eerste omdat je de eerste nacht nog niet hebt gevoerd, en deze stek dan toch instant bijna altijd productief is, en ten tweede…als zeer ruwe leidraad voor de gang van zaken de rest van de trip.

Het weer is prima. We hebben net een paar zeer warme dagen achter de rug, en nu begint te temperatuur iets te zakken, gepaard met wat buien. In de verte weerlicht het constant. Die eerste nacht vangen we ieder een mooie twintiger, voor Arjan een spiegelkarper en voor mij een schub.


De tweede plas ziet er mooi uit, maar helaas…ook bezet!

Wanneer we op de rivieren in Frankrijk bezig zijn, dan wordt er overdag niet gevist, althans niet op de rivieren.. De reden: Overdag valt er simpelweg helemaal niets te beleven. Het water is dood, en je krijgt geen piep. Ik denk dat dit voor een groot deel met de scheepvaart te maken heeft. Daarom wordt de tijd overdag veel nuttiger besteedt: Natuurlijk worden de voerstekken bijgehouden, er worden boodschappen gedaan, we rijden wat rond op zoek naar stekken/mogelijkheden/karpers…en we pakken af en toe eens een terrasje. Een enkele keer, als we niet al te afgebrand zijn, wordt er ook eens een hengel uitgegooid in een put of plas.
Als alle boodschappen zijn gedaan, en de andere voerstek is voorzien van een verse lading, komen we aan op de eerste voorgevoerde stek. Nog steeds is het aftasten, dus er worden wederom een kilo boilies -nog steeds dezelfde mengelmoes van oily-crab en cranberry-shellfish- van de vaargeul tot aan de kant gemikt, en de zes hengels idem-dito erop. De koffie laat zich smaken, en het avondeten ook. De laatste paar sessies lijkt het om één of andere reden bergafwaards te gaan met deze stek. De meeste nachten hier lopen of op niets uit, of op een enkel klein schubje. Dit in tegenstelling tot nog niet zo erg lang geleden. De reden waarom we deze keer toch de stek weer in ons repertoire opnemen is omdat ik de laatste sessie een flinke groep springende grote karpers op de voerstek had. Azen deden ze toen echter niet, en deze sessie eigenlijk ook niet! Helaas. Dit nachtje hebben we zelfs geen springende karpers gezien.

Overdag wordt besloten dat we nog een voerstek gaan maken voor de laatste nacht, en wel op het stuwstuk waar we de eerste nacht hebben gevist. De motivatie is min of meer dat het niet echt lekker vlot loopt met de karpervangsten, en dat we toch voor de laatste nacht een optie willen hebben met sowieso wat "zekerheid" voor een aantal beten. Ik realiseer me dat het gemiddelde formaat van de karpers echter wel een stuk kleiner is op dit stuwstuk. De hennep, bix-brokken en tijgernoten krijgen een kilo oily-crab boilies erbij in de emmers, en de hele lading wordt in een lange streep over de vaargeul gestrooid. Zoveel mogelijk vis lokken, en dat zou moeten werken op een stuwstuk waar relatief veel karper zit. Het formaat van de karpers die we hopelijk gaan vangen de laatste nacht doet er niet zoveel meer toe.

Voerstek nummer twee is aan de beurt voor een nachtje. Eén van de allerlekkerste stekken om te vissen aan de rivier. De hengels gaan weer in gebruikelijke positie: twee in de vaargeul, twee tussen de vaargeul en de kant, en twee vlak voor de kant, allen voorzien van één of twee 15 mm oily-crab boilie.. Er wordt in eerste instantie even niet bijgevoerd dit keer. Strechers worden uitgeklapt, en voorzien van slaapzak. Pan water op het vuur voor de koffie, pan pasta voor de maag. Zoals bijna altijd valt er totale rust over het gebied, rond de schemering. De wind valt weg, de stroming wordt minder, en de scheepvaart is weg. Er is meer vertrouwen dan de afgelopen nacht. Meer vertrouwen in de stek, in het aantal dagen voer op de stek, en ook door het zien van flink meer activiteit, met name nog springende kopvoorn. Bij het ondergaan van de zon vangen we een aantal brasems en barbelen, en bovendien een klein, maar magnifiek mooi spiegelkarpertje met een krant van een staart op mijn middelste hengel, ergens tussen de vaargeul en de eigen kant. In de vaargeul komt zijn/haar moeder even boven water. Gigantische klap, en twee opgetogen karpervissers. Een kilo boilies wordt verspreid over alle hengels, en na de zoveelste bak koffie rollen we de slaapzak in.


Bij het ondergaan van de zon vangen we een aantal brasems en barbelen, en bovendien een klein, maar magnifiek mooi spiegelkarpertje met een krant van een staart.
Van slapen komt weinig terecht die nacht. Ik denk me een ongeluk, we vangen een enorme berg brasem en barbeel (Toch die 15 mm) en bovendien een stapel spiegelkarpers tot 22 pond. Het opvallende is dat alle beten van vlak voor de kant kwamen, terwijl er in de vaargeul zo nu en dan eens een groter exemplaar boven kwam kijken. Dit zet je nog meer aan het denken…
De meest bijzondere karper die ik ving die nacht, was een oeroude spiegel van 22 pond. Het exact tegenovergestelde van het mooie spiegelkarpertje welke als eerste aan de bel hing, maar toch ook weer -juist door het oude karakter- een heel fraai exemplaar.


De meest bijzondere karper die ik ving die nacht, was een oeroude spiegel van 22 pond.

Iets wat sowieso opvalt in de karpervisserij, maar des te nadrukkelijker op (Franse) rivieren, is het feit dat karpers van een bepaald slag en ook type nooit deel uitmaken van een groep karpers van een ander slag of type. De rondtrekkende groepen rivierkarpers zijn bijna zonder uitzondering gerangschikt. Eén van de verklaringen die mij het meest logisch lijkt is dat karpers van een zelfde uitzetting sowieso al in groepjes bij elkaar blijven hangen. Natuurlijk zullen er zich in de loop van de tijd mengelingen onstaan, maar dan nog blijven het dezelfde gekarakteriseerde karpers. Vang je in de avond een vis, dan kan het twee kanten uit: De gevangen karper is ofwel een eenzaat of een scharrelaar. Van een groep vissen is geen sprake. Ik moet erbij vermelden dat mijn ervaring leert dat er zeer weinig eenzaten op de rivier rondzwemmen, ook de grote karpers zwemmen keurig in groep. En wat voor groep! Ook de scharrelaars komen niet zelden met meer tegelijk, maar ik krijg de indruk dat er hier meer eenzaten tussen zitten. Een andere mogelijkheid, welke veel meer van toepassing is: Je vangt de uren erop meer karpers, maar dan met grenzende zekerheid wél van hetzelfde slag als de eerstgevangene. In beide gevallen kan het natuurlijk zo zijn dat ofwel de eenzaat, of de groep op een gegeven moment vertrekt cq niet meer zien zitten, waarna het een poos stil is, alvorens je weer een andere groep karpers op de voerplek aantreft. Tijdens de laatstbeschreven nacht zaten er duidelijk twee groepen karpers in de buurt. Een groep kleinere spiegels (met misschien -waarschijnlijk ook- enkele schubs ertussen) welke driftig aan het vreten waren, en een groep grote karpers. De groep grote karpers hebben zich die nacht niet tussen het gevriemel van de kleinere vissen gemengd. Ze zaten er wel, maar ze vraten niet. Ook niet meer nadat het alweer tegen vroeg in de ochtend liep, en de andere groep vertrokken leek. Ook wij vertrokken in alle vroegte, richting bakker.
De hele dag erop -zittend op een strecher aan een put in de buurt- heb ik zitten brainstormen wat te doen, de laatste nacht. Een nieuwe, verse voerstek bevissen welke we nog achter de hand hadden, of terug naar de laatste stek, waar de kans er goed in zou zitten dat de groep grote karpers alsnog zouden gaan azen, ook omdat de groep met kleinere karpers richting betere oorden is vertrokken. Ik besluit Arjan (even verderop languit genietend -bijna tegen het asociale aan- in de zon) in te schakelen, en het denkwerk te verdelen. Binnen een minuut zijn we er uit, en geeft Arjan het antwoord waar ik op gehoopt had: Hij vondt mijn argumenten uitstekend, en we zouden nog een nacht op de vorige stek gaan vissen.

Rond zes uur zijn we vertrokken, terug naar de laatst beviste stek, de verse voerplek achterlatend.
Er wordt weer gevist, gegeten, koffie gedronken, en wat slap gelult over UFO's. Beiden hopen we dat onze keuze de juiste is geweest, en constant wordt het wateroppervlak afgetuurd naar tekenen van grote karper. Ook nu weer hebben we pakweg een kilo boilies verspreid over de stekken gevoerd. De hengels voorzien van één oily-crab boilie aan de hair. Tot in ieder geval 1:00 s'nachts hebben we geen karpers gezien, of gevangen. Een stapel brasem, en een klein meervalletje voor mij is ons deel. Tot 1:00 dus, daarna is het helemaal stil. Tijd om onder de wol te gaan….morgen in alle vroegte moet er vertrokken worden richting Nederland, hoe moeilijk dat soms ook is. Nog geen karper gevangen deze nacht. Dat zou twee dingen kunnen betekenen: Of de gedachtengang klopt als een bus, en krijgen we één, twee of drie beten van grotere karper, of de jus is compleet van de voerstek door afgelopen nacht, en vangen we helemaal niets meer. Rond half drie s'nachts het verlossende antwoord. Een grote karper verraad zichzelf min of meer al door een zeer traag accelerende run op mijn hengel in de vaargeul. Tijdens de eerste vijf seconden van de dril weet ik waarmee ik te maken heb. Een goed gevoel, zeker als het alweer een aardig tijdje geleden is -dat zware gesleur aan de hengel- hier aan de rivier! Enerzijds lijkt het vreemd dat de beet nu wél uit de vaargeul is gekomen, en niet van voor de kant zoals de afgelopen nacht, en anderzijds zo logisch als een klontje, en strokend met hetgeen wat ik ook al een beetje vermoedde.
De contouren van een grote ronde vlek komen na een tijdje drillen tergend langzaam richting het landingsnet. Alles gaat goed, gelukkig geen problemen dit keer. Arjan assisteert met de hengel, ik hijs het landingsnet met inhoud op de kant.
"Goede keus gemaakt, Arjan…dit is er één!"…..
Wanneer de karper op de mat ligt, krijg ik een enorm voldaan gevoel. De denkwijze klopte, het antwoord ligt op de mat. Ingetogen genieten we beiden van het moment, de karper wordt bewonderd, gewogen, en even in de bewaarzak gedaan voor een mooi plaatje in de morgen. Dit is helemaal af. Sessie geslaagd, ook voor Arjan!

Voldaan, maar toch ook stiekem hopend op een groep grote karper op de stek liggen we even later waar op de strechers. We vangen nog een enkele brasem, en dan lopen de gebeurtenissen even in zeer rap tempo voorbij.
Om half vier verspeel ik een karper.
Om kwart voor vier verspeeld Arjan een karper!
Stof om over na te denken. Waarom NU?
Beide karpers hebben we niet gezien, en er niet lang aan gehad. Maar alles wijst erop dat dit geen scharrelaars zijn geweest.
Om vier uur krijgt Arjan een run, en nu gaat alles weer goed.
Arjan -op dat moment nog geen enkel idee wat er aan de andere kant hangt- drilt de karper redelijk snel, secuur en alert het landingsnet in. Zonder problemen.

Arjan loopt alvast met de hengel naar achteren. Ik -nieuwschierig als ik ben- neem alvast even een kijkje in het landingsnet, en bij het zien van een glimp van de inhoud besef ik dat Arjan zijn allergrootste karper ooit in het net heeft liggen! Een spiegelkarper, het grotere broertje van de karper die ik zelf even eerder had.

Ik probeer het net nonchalant het water uit te hijsen, maar ik verwachtte even niet dat de inhoud zo zwaar zou zijn. "Chris, til dat net er toch uit man!" schreeuwt Arjan me toe. Beter voorbereid op het gewicht neem ik de armen nogmaals in de hand, en sleur kreunend het net tot op de mat.
We staan perplex. Voor ons ligt een enorme bulk vis. Diep van binnen weet ik dat de karper over de 20 kilo zou kunnen gaan. Ik blijf voorzichtig. Arjan wéét dat hij zijn grootste karper ooit op de kant heeft liggen, maar heeft nog geen enkel idee hoe abnormaal veel groter deze vis is.
"Arjan, jouw allergrootste karper ooit, was die geen 30 pond? "
-"Ja, weet je toch man!"-
"Daar kunnen nu ongeveer 7 pond bij!"
-"Waaaaaat???"-
Het unster liegt niet, en gaat royaal over de veertig pond. We verkeren beiden in hoera-stemming.
Twee grote karpers in een nacht, een nacht welke we uitstekend hebben gepland, wat stek-keuze betreft. Twee grote karpers hangen even later naast elkaar in het water. Abnormaal gewoon. De laatste uurtjes van de sessie kunnen we beiden niet meer in slaap komen.


Wat een nacht.

De karper van Arjan zou de laatste van de sessie worden. Vroeg in de morgen worden er wat plaatjes geschoten, de spullen worden in de auto gegooid, en we keren opgetogen richting Holland.

Chris Noorlander