Artikel Chris Noorlander
| Omzwervingen aan een franse rivier |
Wanneer je onderweg bent naar Frankrijk, dan zit een bepaalde manier van aanpakken meestal in grote lijnen in je hoofd. Dat moet ook wel een beetje, want je mee te nemen spullen en je aas worden er grofweg op aangepast. Alles wat buiten deze aanpak valt, is een vorm van improviseren. In mijn geval is het meestal zo dat achteraf gezien, de gebruikte strategie behoorlijk afwijkt van het oorspronkelijke model. In feite is hier helemaal niets mis mee; Je hebt je aanpak aangepast aan de op dat moment heersende omstandigheden, en vangsten van jezelf, en soms van anderen. |
![]() “De overtocht verloopt vlekkeloos…“ |
Dat is schrikken. Op een water waar we nog zelden karpervissers hebben gezien. Inmiddels loopt het tegen vier uur in de middag, en natuurlijk moet er een "noodplan" opgesteld worden. Het ontbreken van dit plan heeft alles te maken gehad met de overtuiging dat we de plas voor ons alleen zouden hebben. Aangezien we spullen en aas bij ons hebben die niet bepaald op de rivieren afgestemd zijn (15 mm boilies, pelets, hennep) besluiten we om sowieso twee nachten op een andere -voor mij wat bekendere- plas vlak in de buurt te vissen, en eventueel nog twee nachten op de rivier. Met een mengelmoes van 15 mm oily-crab boilies en nog wat restanten cranberry shellfish-boilies zou dit wel moeten lukken. Bovendien had ik een 2,5 kilo plum & squid boilies meegenomen, eigenlijk bedoelt voor eventuele instant-visserij. Twee stekken op de rivier worden op voorhand al bevoerd -op beiden pakweg twee kilo mengelmoes oily-crab en cranberry-shellfish- alvorens we richting de andere plas rijden. Tegen zeven uur in de avond komen we aan op de andere plas. Een tweede teleurstelling; Ook op dit water zitten er karpervissers, allen zodanig gepositioneerd dat er weinig interessants over is gebleven. Het plan moet opnieuw omgegooid worden! Het begint er op te lijken dat we weer een ouderwetse riviersessie gaan maken, maar dan met iets wat andere spullen, en ander aas. Improviseren dus. Plan B treedt in werking. De tweede nacht wordt er gevist op voerstek nummer één. Dit omdat ik weet dat deze stek al sneller begint te lopen qua voerstek dan voerstek nummer twee. Voerstek nummer twee is voor de derde nacht, dus na twee voerbeurten. De vierde cq laatste nacht staat nog helemaal open. De loop van de sessie zal er aan de hand van gegevens bepaald worden wat, waar en hoe we het gaan doen. Voor de komende eerste nacht heb ik eigenlijk maar één betrouwbare optie: Een stek op een ander stuwstuk, waarvan ik weet dat je instant bijna altijd een paar karpers kan vangen. Dat wordt uiteraard ook de stek waar we wat gaan eten, want het borrelt inmiddels tot bijna in mijn schedel. We zijn alsnog tevreden met het plan, en rijden met goede moed richting de eerste stek. In totaal 6 hengels gaan de rivier in, allen voorzien van een plum & squid boilie. Pakweg een kilo boilies worden als een halve circel, van vaargeul tot de kant verspreid. Precies zoals de hengels gepositioneerd zijn. Rond half 9 zitten we waarachtig te vissen! Bovendien met -eindelijk- een bord bami erbij. (Met dank aan Herman en Leo!) Wat later worden strechers in de struiken gezet, een bak koffie gemaakt, en vooral de rivier in de gaten gehouden. Deze stek is voor mij altijd een beetje een maatstaaf voor het verloop van de rest van de sessie. Gemiddeld krijgen we met twee karpervissers -instant- pakweg vier tot zes runs op deze stek. Soms een behoorlijk stuk meer, en af en toe ook niets. Er zijn dan ook twee redenen waarom ik deze stek de eerste nacht neem; Ten eerste omdat je de eerste nacht nog niet hebt gevoerd, en deze stek dan toch instant bijna altijd productief is, en ten tweede…als zeer ruwe leidraad voor de gang van zaken de rest van de trip. Het weer is prima. We hebben net een paar zeer warme dagen achter de rug, en nu begint te temperatuur iets te zakken, gepaard met wat buien. In de verte weerlicht het constant. Die eerste nacht vangen we ieder een mooie twintiger, voor Arjan een spiegelkarper en voor mij een schub. |
![]() “De tweede plas ziet er mooi uit, maar helaas…ook bezet!“ |
Wanneer we op de rivieren in Frankrijk bezig zijn, dan wordt er overdag niet gevist, althans niet op de rivieren.. De reden: Overdag valt er simpelweg helemaal niets te beleven. Het water is dood, en je krijgt geen piep. Ik denk dat dit voor een groot deel met de scheepvaart te maken heeft. Daarom wordt de tijd overdag veel nuttiger besteedt: Natuurlijk worden de voerstekken bijgehouden, er worden boodschappen gedaan, we rijden wat rond op zoek naar stekken/mogelijkheden/karpers…en we pakken af en toe eens een terrasje. Een enkele keer, als we niet al te afgebrand zijn, wordt er ook eens een hengel uitgegooid in een put of plas. Overdag wordt besloten dat we nog een voerstek gaan maken voor de laatste nacht, en wel op het stuwstuk waar we de eerste nacht hebben gevist. De motivatie is min of meer dat het niet echt lekker vlot loopt met de karpervangsten, en dat we toch voor de laatste nacht een optie willen hebben met sowieso wat "zekerheid" voor een aantal beten. Ik realiseer me dat het gemiddelde formaat van de karpers echter wel een stuk kleiner is op dit stuwstuk. De hennep, bix-brokken en tijgernoten krijgen een kilo oily-crab boilies erbij in de emmers, en de hele lading wordt in een lange streep over de vaargeul gestrooid. Zoveel mogelijk vis lokken, en dat zou moeten werken op een stuwstuk waar relatief veel karper zit. Het formaat van de karpers die we hopelijk gaan vangen de laatste nacht doet er niet zoveel meer toe. |
![]() “Bij het ondergaan van de zon vangen we een aantal brasems en barbelen, en bovendien een klein, maar magnifiek mooi spiegelkarpertje met een krant van een staart.“ |
| Van slapen komt weinig terecht die nacht. Ik denk me een ongeluk, we vangen een enorme berg brasem en barbeel (Toch die 15 mm) en bovendien een stapel spiegelkarpers tot 22 pond. Het opvallende is dat alle beten van vlak voor de kant kwamen, terwijl er in de vaargeul zo nu en dan eens een groter exemplaar boven kwam kijken. Dit zet je nog meer aan het denken… De meest bijzondere karper die ik ving die nacht, was een oeroude spiegel van 22 pond. Het exact tegenovergestelde van het mooie spiegelkarpertje welke als eerste aan de bel hing, maar toch ook weer -juist door het oude karakter- een heel fraai exemplaar. |
|
Iets wat sowieso opvalt in de karpervisserij, maar des te nadrukkelijker op (Franse) rivieren, is het feit dat karpers van een bepaald slag en ook type nooit deel uitmaken van een groep karpers van een ander slag of type. De rondtrekkende groepen rivierkarpers zijn bijna zonder uitzondering gerangschikt. Eén van de verklaringen die mij het meest logisch lijkt is dat karpers van een zelfde uitzetting sowieso al in groepjes bij elkaar blijven hangen. Natuurlijk zullen er zich in de loop van de tijd mengelingen onstaan, maar dan nog blijven het dezelfde gekarakteriseerde karpers. Vang je in de avond een vis, dan kan het twee kanten uit: De gevangen karper is ofwel een eenzaat of een scharrelaar. Van een groep vissen is geen sprake. Ik moet erbij vermelden dat mijn ervaring leert dat er zeer weinig eenzaten op de rivier rondzwemmen, ook de grote karpers zwemmen keurig in groep. En wat voor groep! Ook de scharrelaars komen niet zelden met meer tegelijk, maar ik krijg de indruk dat er hier meer eenzaten tussen zitten. Een andere mogelijkheid, welke veel meer van toepassing is: Je vangt de uren erop meer karpers, maar dan met grenzende zekerheid wél van hetzelfde slag als de eerstgevangene. In beide gevallen kan het natuurlijk zo zijn dat ofwel de eenzaat, of de groep op een gegeven moment vertrekt cq niet meer zien zitten, waarna het een poos stil is, alvorens je weer een andere groep karpers op de voerplek aantreft. Tijdens de laatstbeschreven nacht zaten er duidelijk twee groepen karpers in de buurt. Een groep kleinere spiegels (met misschien -waarschijnlijk ook- enkele schubs ertussen) welke driftig aan het vreten waren, en een groep grote karpers. De groep grote karpers hebben zich die nacht niet tussen het gevriemel van de kleinere vissen gemengd. Ze zaten er wel, maar ze vraten niet. Ook niet meer nadat het alweer tegen vroeg in de ochtend liep, en de andere groep vertrokken leek. Ook wij vertrokken in alle vroegte, richting bakker. Rond zes uur zijn we vertrokken, terug naar de laatst beviste stek, de verse voerplek achterlatend. Voldaan, maar toch ook stiekem hopend op een groep grote karper op de stek liggen we even later waar op de strechers. We vangen nog een enkele brasem, en dan lopen de gebeurtenissen even in zeer rap tempo voorbij. Arjan loopt alvast met de hengel naar achteren. Ik -nieuwschierig als ik ben- neem alvast even een kijkje in het landingsnet, en bij het zien van een glimp van de inhoud besef ik dat Arjan zijn allergrootste karper ooit in het net heeft liggen! Een spiegelkarper, het grotere broertje van de karper die ik zelf even eerder had. |
|
| De karper van Arjan zou de laatste van de sessie worden. Vroeg in de morgen worden er wat plaatjes geschoten, de spullen worden in de auto gegooid, en we keren opgetogen richting Holland. |
Chris Noorlander |
Nieuws:
Artikelen:
Teamleden:
Links:





