Artikel Jeroen Houdijk

Najaarsnacht

Als ik naar buiten kijk zie ik niets anders dan winter. Voor vannacht wordt zeven graden vorst voorspeld. Ik ben blij dat ik lekker binnen zit. Vorige week ving ik de eerste vissen van dit jaar en met Frank ben ik zelfs al even in Frankrijk wezen kijken. Toch kan ik mij op dit moment niet voorstellen dat ik een paar dagen terug nog zat te vissen. Wat een kou. Nu is het meer een periode om de visspullen eens na te lopen en terug te denken aan warmere tijden.

Zo denk ik ook aan de laatste keer vissen op een grote zandafgraving vorig jaar november. Na een stevige wandeling, waarbij ik het laatste stuk door het gestaag stijgende water moest lopen, kwam ik aan op mijn stek. Een week eerder had ik er een grote schubkarper van iets meer dan dertig pond gevangen. Een vis die ik het jaar daarvoor ook al op die plek ving. Eigenlijk wilde ik op een andere plek gaan vissen, maar op de andere stekken waar ik interesse in had zaten al anderen te vissen. Daarom besloot ik nog een keer alles uit de vertrouwde plek te halen. In het voorjaar zou ik wel meer nieuwe stekken proberen, in de hoop op vissen te stuiten die zich al een poos niet meer hadden laten vangen.Twee dagen tevoren had ik wat gevoerd. Ongeveer een halve kilo Plum&Squid per keer, verdeeld over twee plekken. Beide plekken lagen ver uit elkaar zodat ik een vis kon drillen zonder de andere plek te verstoren. De dieptes waren ongeveer gelijk, acht en tien meter diep. Eerder in het najaar voerde ik vijftien-, achttien- en tweeëntwintig- millimeter boilies door elkaar. Wanneer je dan een plek op grote afstand maakt komen de grotere boilies verder weg dan de kleinere. Ik wilde dit keer vrij geconcentreerd voeren omdat ik verwachtte dat de vissen al wat minder actief waren, de watertemperatuur was toen al gedaald tot onder de tien graden. Daarom gebruikte ik één maat boilies. Ik had nog geen brasems gevangen op Plum & Squid, maar ik nam voor de zekerheid toch maar 18mm boilies. Met deze boilies kon ik gemakkelijk de stekken bereiken met mijn katapult. Ze zijn rond en stevig genoeg om met een werppijp te gooien, maar om nauwkeurig te voeren gebruik ik het liefst een katapult.

Op mijn gemak richtte ik mijn stek in. Het was toch al donker, de strijd met het daglicht verlies ik keer op keer. Ik had geen haast, ondanks dat dit voorlopig de laatste keer vissen was op dat water. Als eerste maakte ik mijn rechterhengel klaar. Deze gooide ik zonder bij te voeren op zijn plek. Deze stek had al een tijd geen vis meer opgeleverd, maar misschien lag er nog een bonusvis in het verschiet. De andere stek met twee hengels bevissen had toch niet veel zin. Wanneer de vissen een lijn tegen komen bewegen ze zich een stuk terughoudender op de plek en werd de kans op een aanbeet kleiner. Slechts een hengel viste ik naar links. Deze plaatste ik aan de rand van de voerplek. Ik had de meeste boilies op één plek geconcentreerd en hoe verder van die plek af, hoe minder boilies er op een vierkante meter te vinden waren voor de karpers. Omdat karpers op een dichte voerplek altijd aan de randen beginnen te azen begon ik in de dun bezaaide zone. De bodem op deze stek loopt schuin af, maar er zijn verder geen grote richels op kuilen te vinden. Het is dus de plaatsing van het voer dat de karpers moet stoppen. Het is dus geen 'holding area' maar een brede strook waarlangs de vissen trekken. Een stevige wind zorgde voor wat golven op het wateroppervlak. Hierdoor was het moeilijk om te zien of er enige activiteit boven de plekken was. Vergeefs luisterde ik die avond naar geluiden die springende of rollende karpers konden veroorzaken. Rond middernacht verkeerde ik nog in een halfwakkere toestand toen ik met mijn linker hengel in mijn handen stond. Een paar minuten later lag er een spiegelkarper uitgeteld in mijn net. Uit de hoge bouw van de vis en de weinige schubben bleek dat dit een van de vissen van een recente uitzetting is. De karper woog nu al zeventien pond. Een teken dat er voldoende ruimte is voor deze nieuwe vissen. Nadat ik de vis veilig in diep water weghing in een bewaarzak wierp ik opnieuw in. Dit keer plaatste ik mijn haakboilie iets dichter naar het centrum van de voerplek en ik voerde op dezelfde manier bij als eerder die avond en tijdens het voeren.


Een paar uur later ving ik op dezelfde hengel een iets kleinere vis. In eerste instantie dacht ik zelfs dat het een zeelt was. En dat was ook niet zo gek gezien zijn uiterlijk. De laatste mij bekende vangst van deze vis was al weer een tijd terug en sinds zijn vorige vangst was deze vis bijna in gewicht verdubbeld. Nu woog hij vijftien pond. Echt een aparte vis, een welkome verrassing. Het was wel vreemd dat de eerste vis die ik ving, een recent uitgezette vis, een van de originele vissen in gewicht voorbij was gestreefd. Dit geeft wel aan hoe relatief de gewichten van onze vangsten zijn. Dat neemt niet weg dat het boeiend kan zijn om het wel en wee van individuele vissen te volgen door ze te wegen.In de hoop nog een vis te vangen gooide ik naar het midden van de voerplek. Ik gebruikte alleen een pva string met een paar halve boilies. Het was al een uur of zes en als ik nog een karper wilde vangen moest ik verder niets meer bijvoeren. Er gaat meestal toch wat tijd overheen voordat ze dan het haakaas vinden.Niet veel later ging mijn wekker al. Helaas weer tijd om op te ruimen. Mijn rechterhengel bleek vol in het wier te liggen. Stom. Dat kon mij wel eens een vis hebben gekost. Ik had net zo goed met één hengel kunnen vissen… In ieder geval was ik tevreden met het resultaat, twee vissen gevangen en weer eens met mijn neus op de feiten gedrukt; Je moet er altijd zeker van zijn dat je rigs goed liggen.
Nadat ik een paar foto's heb gemaakt van de twee vissen krijg ik een piep op mijn linkerhengel, deze had ik nog even laten liggen. Er zwommen wat meerkoeten rond dus ik schonk er verder geen aandacht aan. Ik moest toch opruimen en draaide de hengel binnen. "Vast?" De veroorzaker van die ene piep bleek geen meerkoet, maar een karper te zijn! Tijdens de dril herkende ik de vis, het was dezelfde karper die ik een week, maar ook een jaar eerder, op dezelfde plek ving. Na een foto op de mat zette ik hem meteen weer terug. Met een paar stevige staartslagen zwom hij weer naar veilige dieptes.

Als ik van plan was geweest nog vaker op deze stek terug te komen, dan had ik alleen maar de rand van de voerplek bevist. Op die manier kun je steeds vis vangen zonder de plek al te veel te verstoren. Maar in deze situatie, of wanneer je eenmalig op een water vist, loont het soms om een voerplek ten volle te benutten.

Jeroen Houdijk.